Prinsjesdag 2023 voor ondernemers

Aanvullingen op de berichten in onze laatste nieuwsbrief over de belastingplannen 2024 en andere nieuwe regelgeving voor ondernemers die tijdens Prinsjesdag zijn gepresenteerd. Heb je onze nieuwsbrief gemist? Meld je dan hier aan en we sturen het nog na.

 

Wijzigingen EIA en MIA

Je kunt energie-investeringsaftrek (EIA) krijgen voor bepaalde energiebesparende investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, die voorkomen op de Energielijst. De EIA bedraagt nu 45,5%, maar wordt vanaf 2024 structureel verlaagd naar 40%. Het maximale investeringsbedrag zou ook omlaaggaan, maar dat hoeft niet meer door te gaan omdat het budget structureel is verhoogd met € 25 miljoen. De looptijd van de EIA wordt verlengd tot 2029. Deze verlenging geldt ook voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) voor milieuvriendelijke investeringen.

Wijzigingen bedrijfsopvolgingsregelingen 

Wijziging bedrijfsopvolgingsregelingenDe bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de schenk- en erfbelasting maakt het mogelijk om je onderneming fiscaalvriendelijk over te dragen naar de volgende generatie. In veel gevallen is de bedrijfsoverdracht dan namelijk geheel vrijgesteld of slechts beperkt belast. Daarnaast bestaat er in de inkomstenbelasting een doorschuifregeling die het mogelijk maakt om de aanmerkelijkbelangaandelen (5% of meer) in een bv bij overlijden of door schenking over te dragen, zonder dat er belasting verschuldigd is (DSR ab). De BOR en de DSR ab moeten ervoor zorgen dat bij een bedrijfsopvolging de continuïteit van je bedrijf of bv niet in gevaar komt. Beide regelingen wijzigen de komende jaren. Hierna gaan we alleen dieper in op de enige maatregel die vanaf 1 januari 2024 ingaat. De overige maatregelen gaan pas in 2025 of 2026 in. De maatregelen voor 2025 zijn al wel opgenomen in het Belastingpakket 2024, maar die voor 2026 nog niet. Zo gaat de grens voor de 100%-vrijstelling in 2025 omhoog naar € 1,5 miljoen (nu: € 1,2 miljoen) en daarboven wordt de vrijstelling 70% (nu: 83%) van het ondernemingsvermogen. Ook komt er dan voor de opvolgers een minimumleeftijd van 21 jaar om van de BOR en DRS ab gebruik te kunnen maken. Deze leeftijdsgrens geldt niet voor een bedrijfsopvolging in geval van overlijden. De maatregelen die in 2026 moeten ingaan, worden pas meegenomen in het Belastingpakket voor 2025.

Verhuurd vastgoed is beleggingsvermogen
Vanaf 1 januari 2024 wordt aan derden verhuurd vastgoed wettelijk aangemerkt als beleggingsvermogen. Hierop kunnen de BOR en de DSR ab dus niet (meer) worden toegepast. Deze regelingen gelden namelijk alleen voor ondernemingsvermogen. Hiermee komt vanaf 2024 een einde aan de discussies met de Belastingdienst over de vraag of bij (vaak omvangrijke) vastgoedportefeuilles wel of geen sprake is van het drijven van een onderneming en dus of er sprake is van ondernemingsvermogen. 

 

Afbouw zelfstandigenaftrek 

Sinds dit jaar wordt de zelfstandigenaftrek nog sneller afgebouwd dan eerder was bepaald. De aftrek wordt namelijk jaarlijks met € 1.280 afgebouwd tot en met 2025. Daardoor bedraagt deze aftrek in 2024 € 3.750 (in 2023: € 5.030). Je komt in beginsel voor de zelfstandigenaftrek in aanmerking als je:

  • jonger bent dan de AOW-gerechtigde leeftijd; én 
  • tenminste 1.225 uren; én 
  • 50% van je totale arbeidstijd besteedt aan werkzaamheden voor jouw onderneming. 

Heb je aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en voldoe je aan het urencriterium, dan heb je recht op 50% van de aftrek. 

Tip
Zorg dat je regelmatig een urenspecificatie bijhoudt van jouw werkzaamheden voor je onderneming, zodat je aannemelijk kunt maken dat je aan het urencriterium voldoet.

 

HIR bij gedeeltelijke staking door overheidsingrijpen verruimd

Als je jouw onderneming staakt of een bedrijfsmiddel met winst verkoopt, kun je gebruikmaken van de herinvesteringsreserve (HIR). De winst reserveer je dan om later een vervangende investering te doen. Als je van de winst een HIR vormt, stel je de belastingheffing over die winst uit. De herinvestering moet in beginsel wel binnen 3 jaar na het jaar van de verkoop plaatsvinden en je moet steeds aantoonbaar de intentie hebben om te herinvesteren. Het demissionaire kabinet stelt voor om het toepassingsbereik van de HIR te verruimen naar situaties waarin slechts een deel van een onderneming wordt gestaakt door overheidsingrijpen. Dit moet de toegankelijkheid van de HIR vergroten voor met name agrariërs die stoppen. 

Kring belastingplichtigen verbruiksbelasting alcoholvrije dranken verruimd

Als het aan het demissionaire kabinet ligt gaan ook ondernemers die alcoholvrije dranken direct vanuit andere EU-lidstaten laten leveren aan hun Nederlandse afnemers vanaf 2024, verbruiksbelasting betalen. Door de toename van online verkopen is deze wijze van handelen sterk toegenomen. Op grond van de huidige regelgeving betalen ondernemers alleen verbruiksbelasting bij leveranties, waarbij zij de alcoholvrije dranken fysiek voorhanden hebben. Om ook de groep ondernemers die de alcoholvrije dranken direct laten leveren aan hun afnemers zonder deze dus fysiek voorhanden te hebben, in de verbruiksbelasting te betrekken, wordt de definitie van de belastingplicht uitgebreid. Vanaf 2024 wordt de belastingplicht uitgebreid naar ‘enige andere persoon die is betrokken bij het voorhanden hebben van alcoholvrije dranken’.  

Verhoging btw-tarief op agrarische goederen en diensten 

Verhoging btw-tarief op agrarische goederen en dienstenHet btw-tarief op bepaalde agrarische goederen en diensten gaat van 9% naar 21%. Dit geldt voor peulvruchten en granen die niet als voedingsmiddel kwalificeren, pootgoed, vee, beetwortelen, land- en tuinbouwzaden, rondhout, stro, veevoeders, vlas en wol, zowel ruw en ongewassen. Dit voorstel heeft ook gevolgen voor het bestaande beleid voor het opfokken van paarden die niet bestemd zijn voor gebruik in de landbouw, zoals ren- en hobbypaarden. Dit beleid zou vanaf 2024 worden vastgelegd in een wettelijke regeling. Maar als het voorstel voor de tariefverhoging van agrarische goederen en diensten doorgaat, dan wordt dit voornemen ingetrokken. Hetzelfde geldt ten aanzien van het beleid voor toepassing van het verlaagde tarief voor het opkweken van groenten en planten.

Goedkeuring uitzondering aftrekbeperking horeca

Goedkeuring uitzondering aftrekbeperking horecaDe aftrek van btw is uitgesloten als de btw in rekening is gebracht voor het verstrekken van spijzen en dranken voor gebruik ter plaatse binnen het kader van het hotel-, café-, restaurant- pension- en aanverwant bedrijf aan personen die daar slechts korte tijd verblijven. Deze aftrekbeperking voor de horeca geldt ook voor jou als ondernemer als je spijzen en dranken niet consumptief verbruikt, maar verricht aan een andere ondernemer. Om opeenstapeling van btw te voorkomen ligt in een beleidsbesluit vast dat je de btw op dranken en spijzen toch in vooraftrek mag brengen. Daaraan zijn de voorwaarden verbonden dat je deze verstrekkingen niet afneemt als eindverbruiker én dat je op jouw beurt de spijzen en dranken tegen vergoeding verstrekt aan een ander en daarvoor btw in rekening brengt. Deze goedkeuring wordt nu vastgelegd in een wettelijke regeling.